• Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
E-mail Afdrukken PDF

Kerk- en Kapel; Kerkboekje In en Om


Het Avezaathse kerkboekje In en Om van december 2019 kunt u lezen door hierboven te klikken op de titel.

Het boekje begint traditiegetrouw met de Binnenkomer van ds. Everdien Hagen. Lees haar verhaal hieronder.

.

Open je wereld

In de tijd van advent bereiden we ons voor op het kerstfeest. Vanouds zingen we dan liederen in de kerk over hoe we Jezus zullen ontvangen.

Hoe openen we ons om Hem binnen te laten? Hoe maken we ruimte voor dit kind? Dat gaat vooral om ruimte in ons hart en om tijd maken om aandacht te geven aan God in ons leven. Maar hoe doe je dat? Er zijn ook heel veel advents- en kerstverhalen waarin dat heel concreet wordt. God laat je binnen door je te openen voor de mens die op je pad komt. Voor de ander die jouw ontferming nodig heeft.

.

22.000 kinderen zoeken een stabiel en veilig thuis om op te groeien. 22.000 kinderen zoeken een pleeggezin. Gewoon in Nederland, om de hoek. Elke keer als er weer een campagne van de pleegzorg nodig is, schrik ik ervan. Zoveel kinderen die vriendelijkheid en duidelijkheid nodig hebben. Regels en warmte. Zoveel kinderen van 0 tot 18 voor wie een veilig thuis niet vanzelfsprekend is. Kinderen voor wie het niet goed is om bij hun biologische ouders op te groeien, of bij wie het door ziekte of nood niet kan. In elk geval voor een tijdje, nu even niet, mogelijk voor veel langer. Het klinkt heel veel 22.000. Bijna niet om aan te beginnen… Maar dan denk ik aan al die gezinnen die er in Nederland zijn. Zo ontzettend veel meer dan 22.000.Zou er niet een bord bij kunnen aan tafel? Een paar laarsjes extra aan de deur? Pleegzorg is er voor gezinnen die bij de eigen kinderen nog wel een bed kunnen bijschuiven. Voor ouders van wie de kinderen al groter zijn, maar die wel een plekje hebben voor een jonger kind. Als broertje of zusje van een kind dat enig kind is. Als je geen eigen kinderen kunt krijgen, of alleen gebleven bent maar wel een kind kunt grootbrengen.

Pleegzorg is er ook in allerlei vormen. Je kunt een kind opvangen in het weekend, of juist door de weeks. Je kunt als gezin een tijdelijk thuis vormen, als kinderen in een crisissituatie verkeren en met spoed uit huis moeten. Je kunt ook juist voor langere tijd kinderen opnemen in je gezin, omdat het er naar uit ziet, dat de ouders voorlopig niet in staat zullen zijn om hun kind veilig groot te brengen.

.

Wij zijn zelf pleegouders geweest. Ik zal de laatste zijn om te zeggen dat het makkelijk is. Maar ik zal de eerste zijn om te zeggen dat het zo de moeite waard is. Wij kunnen ook over het algemeen terugkijken op een goede samenwerking met de pleegzorg en de jeugdzorg. Ik weet natuurlijk niet hoe dat nu is, na vele rondes bezuinigingen. Maar ik weet wel dat er mensen werken die met hart en ziel de zorg voor kinderen en jongeren zijn toegedaan. Die samen met de pleegouders er het beste van willen maken voor de kinderen die deze zorg nodig hebben.

We hebben in die periode ook heel veel geleerd. Bijvoorbeeld dat je altijd goed voor jezelf en je relatie moet zorgen, juist in een tijd dat kinderen veel van je vragen. En ook, dat je nooit alleen een kind grootbrengt, maar anderen nodig hebt, een netwerk van familie, vrienden en buren.

We hebben meegemaakt hoe het is om hulp te vragen en te ontvangen.

We hebben leren genieten van kleine dingen en kleine veranderingen die je bijna over het hoofd zou zien, omdat ze voor jou zo vanzelfsprekend zijn. Al die kleine stapjes bij elkaar maken een hele grote. Juist omdat je weet van hoe ver je samen gekomen bent, kun je zo ongelofelijk dankbaar en blij zijn als je mag zien hoe een kind uitgroeit tot een volwassen mens.

.

Open je wereld is nu het motto van de campagne van de pleegzorg. Dat is wat er gebeurt. Je opent de deur van je huis en van je hart en er gaat een hele nieuwe wereld voor je open. De wereld van het gezin van herkomst van het pleegkind allereerst. Vaak zo anders dan dat van jou. De wereld van het kind, dat zich steeds een beetje meer laat zien, met alles wat hij of zij heeft meegemaakt, maar ook met alle talenten en verrassingen die het nog in zich draagt. De wereld van hulpverlening, toewijding en zorg.

Het heeft wel iets weg van kerst…Jozef is niet de biologische vader. Maar hij is 100% vader voor dit onbekende Kind. De herkomst van dit Kind wijst naar de hemel, naar God en Zijn grote hart. Hij opent door dit Kind een wereld van vrede, waar Jozef alleen nog maar van kan dromen. Maar het begint er mee dat Jozef zich inzet, voor een kind dat niet het zijne is, maar dat een warm thuis nodig heeft om te kunnen aarden. Een vader, die hem wegwijs kan maken in het leven.

Nee, makkelijk is het niet, dit Kind groot te brengen en zijn eigen weg te zien gaan. Onbegrijpelijk soms, niet te volgen. Vreemd en anders. Maar zo de moeite waard!

Voor informatie over de pleegzorg: openjewereld.nu. Onderzoek eens of het iets voor jullie is, of praat er over met je kinderen en kleinkinderen.

http://www.tussenlekenlinge.nl/images/kopfotos/hagen.png.

Ds. Everdien Hagen

.

.

.

.

.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De oude Visscher

Juweeltje van Johan van Ooijen

Op de rommelmarkt Avezaaths Allerlei van juni 2017 liep mij een schrift met harde kaft met daarop het opschrift Schryfboek in de vingers. Het bleek een "juweeltje" te zijn. De inhoud bestaat uit twee in prachtig schoonschrift (met kroontjespen?) geschreven verhalen.

Op de eerste bladzij staat: ‘Dit schrift behoort van H.C. Schönlau, 27 mei 1882’ ‘Toewijdende aan de Genade van Jezus Christus’ ‘Niets in mij Alles in Hem Dan komt men, in Jeruzalem’.

Door zoekwerk op internet kwam mederedactielid Sonja van Arkel op het spoor van een zekere Henrietta Cornelia Schönlau, geboren 1837 in Den Haag, getrouwd 7 oktober 1868 met Frederik Hendrik Wewer. In 1882 was genoemde mevrouw dus 45 en het is zeer wel mogelijk dat zij de schrijfster was. Het schrift in kwestie was gekocht bij H.J.T. Matveld, Magazijn van Papier en Karton Teeken en Schilderbehoeften, Den Haag.

.

De inhoud

Het ene verhaal vertelt over Jozef, die (kort samengevat) door zijn broers verkocht wordt aan een karavaan slavenhandelaars en door hen wordt meegenomen naar Egypte. Hij weet daar dromen van de Farao zó goed uit te leggen, dat hij het daarmee ‘schopt’ tot onderkoning. Het verhaal omvat zo'n kleine 70 bladzijden. De tekst volgt wel de geschiedenis zoals in de bijbel omschreven staat, maar de schrijfster (*) heeft er een eigen versie van gemaakt, alles in de vorm van gedichten van 6 tot 8 regels, moodominee in rijmvorm en dat alles in de prachtige taal van einde 19e eeuw.

Het tweede verhaal is korter (circa 15 blz.) en vertelt over een oude, niet- kerkelijke visser, die door een pas aangekomen nieuwe dominee op wonderlijke wijze wordt overgehaald om eens naar een preek te komen luisteren. Om een indruk te geven hieronder een stukje van het begin. Het taalgebruik van toen is exact overgenomen. 

De oude Visscher (aflevering 1)

In zeker dorp (het was gelegen In de nabijheid van de zee)

Had men voor 't zielsbelang gekregen

Een zeer godvruchtig dominee

Die door zijn ijverig studeren,

Verhelderd door den Geest des Heeren,

Een schat van kennes had vergaard,

Hij kon bij alle welgezinden,

In huis en hart ras ingang vinden

Door ernst met minzaamheid gepaard.

.

Het meerendeel der dorpelingen

Ging daag'lijks, om voor 't huisgezin

Het noodig voedsel aan te brengen

Met visscherspinken zeewaarts in,

Om door de netten en de hoeken 't Geschubt gedierte te verkloeken

Dat in het zoete (**) water leeft En dat de Schepper aller dingen

Voor menschen, booze stervelingen Tot voedsel ook verordend heeft.

.

Maar als de rustdag was verschenen Wiens viering ons Gods wet gebiedt

Dan ging ook ieder kerkwaarts henen Dan dacht men aan het visschen niet.

Dan hoorde men des leeraars rede Gegrond op 's Heeren heilig woord;

En wat hij dan vol geestdrift zeide Aan vromen en goddelozen beide,

Werd met verbazing aangehoord.

.

Hij bragt door zijn gelovig spreken Verscheidene blinden tot het Licht

En menig, in 't geloof bezweken Werd door zijn woord weer opgericht.

Hen die naar ziel en lichaam leden Gedacht hij steeds in zijn gebeden,

Zoo in zijn huis als in de kerk Door zijn getrouwe ambtsbetrachting

Verwierf hij ieders liefde en achting En God schonk zegen op zijn werk.

.

Maar ook in deez' gemeente woonde Een visschersman, reeds hoog bejaard,

Die God met woord en daden hoonde,Van alle menschlijkheid ontaard

Voor spijs en drank zijn Schepper te eeren

En 't vieren van den dag des Heeren, Was in zijn oog onzinnigheid.

Gekluisterd aan der zonde keten Wist hij van rede noch geweten;

Nogt 't leven tot in eeuwigheid.

(*) aannemende dat dat de genoemde vrouw was

(**) hoe moeten we het zoete water interpreteren? Zeewater is immers zout?

.

De oude Visscher deel 2

En zoo het iemand durfde wagen, om uit het dierbaar woord van God,

Hem 't een of ander voor te dragen, de vrucht daarvan was schimp en spot.

Dan voer hij uit in ijslijk vloeken, op 't beste boek van alle boeken;

Zoo doende was er niemand meer, die bij hem ooit gewag dorst maken;

Van God en Goddeljke zaken, alleen uit eerbied voor den Heer.

.

De leeraar was slechts kortgeleden geplaats in deez' nieuwe kring,

Toen hij reeds rondging bij zijn leden verzeld van eenen ouderling.

Om ieders toestand klaar te ontdekken en vragen ernstig op te wekken.

Of troost te bieden waar men leed.hij dacht ook een bezoek te geven.

Aan d' oude visscher, die zijn leven vervreemd van God en Christen sleet.

.

Doch de ouderling vond niet geraden, dat aan dit oogmerk werd voldaan

Wilt gij Gods naam niet hooren smaden, sprak hij: laat ons dan verder gaan;

Deez' man is doof voor alle reden laat ons aan hem geen tijd besteden?

Uw ijver zal hier vruchtloos zijn door hem met wijsheid te onderrigten

Zult gij in plaats van nut te stichten slechts paarlen werpen voor de zwijn'.

.

De leeraar kon geen vrijheid vinden gevolg te geven aan dien raad.

God opent wel 't gezicht der blinden zoo sprak hij - door 't slijk der straat,

Misschien wordt nog mijn nietig pogen versterkt door Zegen uit den hoogen

En zoo aan hem iets groots verrigt en licht het in de raad des Heeren,

Dat wij hier vrucht'loos wederkeeren,'k volbragt dan toch mijn leeraars pligt.

.

Zij gaan dan binnen met hun beide;

De grijsaard op een ruwe stoel, zit ijvrig aan een net te breiden,

Het paar ontvangt hij bars en koel.

En ziet hen aan met norsche blikken, toch vraagt men hem op zij te schikken

De leeraar vriendelijk en vrij, spreekt als in het vak zeer goed ervaren.

Van net breikunst, van klos en garen, van weer en wind en visscherij.

.

De oude Visscher (deel 3).

En daar die trant van redeneren den grijsaard wel ter harte gaat

Ziet men al spoedig weder keeren de gulheid op zijn strak gelaat

Al wat men vraagt wil hij verklaren, vertelt van ‘t zwerven op de baren

Van daden die hij had bedreven die blijken gaven van zijn moed.

.

En Dominee toont geen verveling, maar doet hem vragen keer op keer

En lokt tot nieuwe mededeling de oude visscher telkens meer

Doch eindelijk moet men toch vertrekken, ofschoon de zaak niet willen rekken

Slechts over aardsche zaken ging de leeraar als door ons bevangen

Niet rept van d’Eeuwige belangen. Zie! Dat bevreemd de ouderling.

.

En toen men t huis nu zou verlaten sprak d’;oude vriendelijk: “Mijnheer,

Gij kunt toch wonder aardig praten. Komt als ‘t u belieft eens spoedig weer?

Ik spreek zo graag eens van die zaken. De leeraar sprak: “Wie zou dat wraken,

ook ik! Heb ijver voor mijn werk; Dus als gij mij als vriend wil eren

Ei.. komt dan op den dag des Heeren, Mij ook eens horen, in de kerk.

.

Dit scheen hem wonder voor te komen, hij blijft een weinig zwijgend staan.

Doch spoedig sprak hij zonder schromen:

“Neen! Neen! Mijnheer, dat zal niet gaan”

‘k Ging soms ter kerke in vroeger dagen, maar nooit werd daar iets

voorgedragen dat mij bijzonderwel beviel.

Daar werdt van ‘t viscchen niet gesproken.

Daarom kon ‘t met mijn zin niet stroken, want visscher ben ik met lijf en ziel.

.

Beloof ge mij, zoo sprak de Herder, te komen met de neuwe week?

‘k Beloof u dan – zo sprak hij verder, dat ik dan van ‘t visschen preek.

Ge kunt er vijlig staat op maken, ge weet nu dat ik over zaken

van visscherij wel praten kan, ik zal dan ook eens al die dingen heel driftig op

de preekstoel brengen. Welnu, mijn vriend, wat zegt u ervan?

.

Ik zeg: kan men van het visschen preken, dan kon het niemand zoals gij.

Want nooit hoorde ik een Heerschap spreken die zoveel wist van visscherij.

Ik zal die preek eens komen hooren, maar dit vertel ik je van tevoren:

Dat! Als ‘t niet uitkomt naar me zin, dan zal ik vlug de kerk verlaten.

En of je dan ook mooi kunt praten, je krijgt me er dan nooit meer in.

.

De oude Visscher (deel 4)

Nu ging de leeraar huiswaarts keeren, waar hij een stil vertrek betrad.

Daar was 't dat hij den Heer der Heeren, voor deze verstokte zondaar bad.

Dat Hij zijn zegen neer mocht zenden,

op 't geen hij verder aan zou wenden.

En dat uit goedheid zonder peil, het God in Christus mogt behagen.

Die oude aan 't einde zijner dagen te brengen tot het Eeuwig heil.

.

En toen met de eerste Zondagmorgen het klokgelui en orgelspel.

Den mensch ontlokte aan d 'aardsche zorgen en nodigde om op Gods bevel.

In 's Heeren tempel te vergaren,

toen zag men in de vrome scharen.

Ook d'oude visscher kerkwaarts gaan en voor den preekstoel neer gezeten.

Werd menig blik op hem gesmeten, men zag hem met verwondering aan.

.

De leeraar had tot tekst genomen hoe Jezus langs den kant.

Der Gallileesche Zee gekomen twee broeders visschen zag aan ’t strand.

Die hij beval het werk te staken,

omdat hij plan had hen te maken.

Tot menschen-visschers op dez' aaard,

Waarop zij wilig tot Hem gingen, het Eeuwige was hun meerder waard.

.

Nu sprak hij in zijn tekstverklaring van bijna niets dan visscherij.

Wat hij door studie en ervaring daar slechts van wist, dat bracht hij bij.

En daar het thans aan kracht van spreken

Zoo min als ooit hem bleek t'ontbreken

Zoo boeit zijn voordracht iedereen, maar d'oude als in zichzelf verloren

Volgt hem met oogen en met ooren, geen woord ontglipt die man, zoo 't scheen.